Spiegel Jezelf Afdrukken
Geschreven door Fengo   
maandag, 03 september 2018 05:54

Aartsengel Metatron, prins der gezichten, meester der schone namen heet jullie welkom in het theater van de Letterfee stond er geschreven boven de ingang van de rode toren. het was de eerste keer dat dit me opviel en hij had mij geen toegang verschaft totdat ik dat ten volle besefte. Ik opende de deur en liep de inkomhal binnen. Ik was hier al vaker geweest, dat wist ik zeker. Deze toren, dit engelenhuis had ik zelf bedacht en opgericht ter ere van mijn engelen en luciferianen. Natuurlijk was de toren niet echt en bevond het huis zich enkel in mijn verbeelding. Doch het voelde echt en ik wist dat deze toren het antwoord bevatte op al mijn vragen. De rode toren was mijn innerlijke tempel en zodoende de plaats bij uitstek om met mezelf te communiceren. Ik liep door de inkomhal naar de mooie grote ronde lift die mij zoals gewoonlijk gelijk naar daar bracht waar ik wou zijn. In dit geval de verdieping van aartsengel Metatron. Mij hart bonsde in mijn keel terwijl ik aan de bel trok die voor de grote ovalen poort van Metatron’s vertrekken hing (Ik wist dat ik mijn eigen Metatron ging bezoeken en dat ik met mijn eigen engelen en demonen geconfronteerd zou worden en dat al deze dingen maar illusie waren en toch voelde het zo echt dat ik het bijna in mijn broek deed van de schrik). Metatron opende de deur en vroeg me waarvoor ik bang was? Ik antwoordde dat ik bang was voor mezelf, voor mijn eigen fantasie die hem zo dadelijk kleur zou geven. Stop dan met jezelf schrik aan te jagen zei Metatron en kom binnen in mijn huis vol goddelijke zegeningen. Toen ik binnenkwam in het huis van Metatron was het alsof ik mij in een schitterende diamant bevond (deze diamant diende als bovenste verdieping van de rode toren). Toen ik naar boven keek werd ik overweldigd door het zien en voelen van de diamanten koepel waardoor licht in al de kleuren van de regenboog naar beneden viel. Metatron begeleide mij naar een mooie ronde tafel die in het midden van het vertrek stond (recht onder de punt van de diamant). Rond de tafel stonden prachtige zetels in alle kleuren van de regenboog. Metatron nodigde me uit om te gaan zitten waarna ik me neerzette op één van de comfortabele zetels. Ontspan je zei Metatron en geniet van het gekleurde licht. Ik deed wat hij vroeg en keek naar het licht wat in regenbogen door het vertrek speelde. De dans van het licht door de ruimte was fascinerend en overal waar ik haar volgde veranderde de omgeving van vorm en kleur omdat er telkens weer andere facetten van het gebouw belicht werden. Na een langdurig onderzoek van de ruimte waarin ik me bevond en het licht wat er doorheen speelde keek ik weer naar het gezicht van Metatron. Hij glimlachte op een jongensachtige manier gaf me een knipoog en veranderde toen in een prachtige jonge dame met donkerblond krullend haar wat in mooie lange krullen langs haar gezicht viel.

 

Ze had blauwe ogen met een zweem van paars en groen erin. Haar neus was spits en haar lippen waren vol net zoals haar mooie ronde borsten welke net niet te groot en ook niet te klein waren. Het licht daalde neer vanuit de punt van de toren en winkelde zich rond de schitterende dame die tot dan toe bijna volledig naakt was geweest. Ik keek gefascineerd toe hoe de mooie dame door het licht gekleed werd in een jurk die alle kleuren van de regenboog had. De jurk paste haar perfect en viel in een zee van kleuren al golvend over haar welgevormde lichaam. Mijn ogen gleden verder naar beneden langs haar lange mooie benen naar haar voeten toe. Ze was blootsvoets en op de één of andere manier werd ik enorm aangetrokken en opgewonden door haar voeten. Ze leken zo stevig en toch ook zo fragiel. Terwijl ik haar voeten bewonderde hulde deze zich in balletschoenen waarna Metatron begon te dansen over de wegen van licht die door de kamer spoelden. Ik volgde de dans van het licht met mijn ogen en zag hoe de regenboog prinses hoger en hoger werd gevoerd op een pad wat in spiralen van licht naar boven voerde naar een punt wat oneindig ver weg leek en toch ook zo dichtbij. Het punt was donker en hoewel het maar een klein punt had geleken verzwelgende het de regenboog dame als een duister meer, een put zonder bodem waarin alle kleuren verdronken. Ook mijn geest werd verankerd in deze duisternis en voor even dacht ik dat ik nooit meer zou ontsnappen uit dit kleine puntje wat uiteindelijk een oneindig groot meer bleekt te zijn waarin alles wat er ooit uit was gekomen weer terug zou gaan als zij dat zo wilde. Voor een klein moment werd alles duidelijk, de duisternis het licht, alles verdween. Ik keek voor me en zag het gezicht van Metatron. De goeie oude Metatron lachte me toe. Hij zat recht voor me en weerkaatste als een spiegel het licht wat vanuit mijn ogen tot in de duistere punt van de spiraal werd gezogen. Ik zag mezelf daar zitten, rustig en bedaard. Metatron liet mij zien wie ik was. Ik zag er niet slecht uit, mijn lippen waren vol en een wellustige glimlach verspreide zich over mijn gezicht terwijl ik naar mijn eigen glimmende ogen keek. Ik had grote ogen die wijd openstonden dankzij de verbinding met het licht van Metatron. Metatron keek in mijn ogen en zag de regenboog prinses dansen en verdrinken in de duisternis van mijn pupillen. Metatron had haar weg gevonden naar mijn binnenste en ik had de weg gevonden naar Hem. Hij zat daar als mezelf, hij had lange haren die in donkerblonde krullen over zijn schouders vielen en mooie grote blauwe ogen met een zweem van lila en groen erin. Hij had een mooie kleine baard en een elegante snor en leek zowel op de duivel als op Christus. Hoe langer dat ik hem bekeek hoe dwazer hij me begon over te komen.

 

Het licht werd terug opgewonden en Metatron hulde zich in een middeleeuws gewaad wat uit de drie hoofdkleuren bestond. Ik keek aandachtig naar deze nieuwe verschijningsvorm die Metatron aan had genomen en kwam tot het besef dat hij de magiër van de tarot uitbeeldde. Welkom in je eigen theater, welkom thuis lieve jongen. Welkom in het huis van de 72 engelen, een huis wat je zelf hebt voorbereid op de komst van Metatron je eigen onafscheidelijke vriend en tovenaar. Metatron stond op, twee enorme witte vleugels verschenen achter zijn armen waarna de tovenaar naar me toe kwam gevlogen en zich in mijn lichaam vestigde. Het was als in een droom waaruit ik langzaamaan ontwaakte om uiteindelijk tot het besef te komen dat ik niet langer een dwaas was maar een waarachtige tovenaar. Toen ik uiteindelijk ontwaakte en de visioenen oplosten in het licht van de zon dat binnenviel door de vele ramen van de rode toren zag ik dat er een kleine ovale spiegel voor me op de tafel stond. Het was een mooie spiegel welke omlijst was in goud en zilver en een ander metaal dat wel uit alle kleuren van de regenboog leek te bestaan. Toen ik opstond om de spiegel van dichter bij te gaan bekijken zag ik dat er een briefje onder de spiegel lag. Ik pakte het stukje papier in mijn handen en las wat erop geschreven stond: “Spiegel je zelf“ Ik werd triest, waar was Metatron, waar was de regenboogdame? Ik voelde me alleen en opgesloten. Ik stond op en keek door het vertrek wat zo goed als leeg was. Alles was rond zoals je wel zult vermoeden. Het diamantendak had plaatsgemaakt voor een houten zoldering. De tafel waar ik aan zat was ook van hout en leek mij behoorlijk oud. De zeteltjes die er rond stonden waren antiek. Ze waren in barokstijl denk ik maar ik moet eerlijk toegeven dat ik zelf niet zo veel van antiek weet. Behalve dit salon stond er niets in de kamer. Alles leek gemaakt van ramen en mysterieuze nissen die zich daar tussenin bevonden. In elke nis stond een spiegel die op zijn beurt weer een raam weerspiegelde waardoor het verschil tussen raam en spiegel moeilijk te zien was. Ik stond op en liep naar een van de ramen. Ik wist dat het een raam was omdat ik mezelf er niet in weerspiegeld zag. Toen ik naar buiten keek werd ik overweldigd door een enorm mooi landschap en besefte ik plotseling dat ik hier al eens geweest was, al vele keren en toch wist ik nog steeds niet waar ik was, wie ik was of wat ik moest doen. Ik kende zelf mijn eigen naam niet meer. Even dacht ik dat het slim zou zijn om een deur te gaan zoeken maar toen werd mijn aandacht getrokken door een flikkering van licht die voortkwam uit de kleine spiegel die op de tafel stond. Ik liep terug naar het salon ging zitten op mijn zetel en keek in de lichtgevende spiegel voor me terwijl ik mij afvroeg wie ik werkelijk was en hoe ik er in hemelsnaam toe gekomen was om mij naar hier te begeven, naar deze plek die zich wel buiten de tijd leek te bevinden en waar ik zojuist mijn tovenaarsdiploma had gekregen maar mijn naam had verloren.

Ik wist dat ik iemand was, een persoon met een leven buiten deze toren maar ik wist niet meer wie ik was. Ik was mezelf langzaamaan vergeten terwijl de visioenen één voor één mijn geest in beslag hadden genomen. Dit was niet het eerste visioen was ik meemaakte daar was ik zeker van want mijn geest, mijn herinneringen en mijn dromen bestonden uit een opeenvolging van visioenen. Ik voelde ook dat niet al mijn dromen zo mooi waren geweest als deze droom over Metatron mezelf en de regenboogdame. Toen herinnerde ik me dat Metatron een engel was en dat ik een schrijver was. Metatron had mij de magie van het schrijven geleerd en samen waren we bezig met het vormen van een nieuwe beweging die met de krachten der engelen zou werken en opereren vanuit het huis van de 72 engelen. Ik overwoog de mogelijkheid dat de rode toren inderdaad ook het huis van de 72 engelen was. En kwam tot de conclusie dat dat inderdaad het geval was. Alles kwam hier te samen, mijn licht en mijn duisternis. Metatron prins der gezichten en de regenboogprinses van mijn dromen waren hier tot leven gekomen en ook weer gestorven om daarna voor eeuwig verder te leven in mezelf. Ik was mezelf vergeten maar Metatron en de regenboog princes stonden me duidelijk voor ogen en weer kwam de spiegel tot leven. Metatron werd wakker en vanuit een duister punt in zijn ogen zag ik de regenboogprinses die naar mij toe danste. Ik voelde hoe het leven vanuit die ogen ontsprong en naar me toekwam als de vrouw van mijn dromen. Ze danste en ze zong terwijl er samen met haar een regenboog aan mogelijkheden ontsnapte uit het meer van duisternis wat zich in mijn ogen bevond. Ik hield van haar, ik hield van deze duisternis in mezelf vanwaaruit alle kleuren konden ontspringen wanneer ik er mijn licht op scheen. Toen herinnerde ik me mijn naam. Mijn naam was Soholiah en betekende oog van licht. Ik was een oog van licht dat verliefd was op de duisternis en haar zodoende onthulde in al haar kleuren. Zij was niet mezelf maar datgene in mezelf waarnaar ik het diepste verlangde. Zij was mijn ster in die duisternis en het hoofdpersonage van mijn verhaal. Een verhaal dat als een toneelstuk was en zich afspeelde hier en nu in dit theater wat uit mezelf was voortgekomen. Ik had de rode toren zelf verzonnen en al oneindig maal bezocht. Ooit had ik deze plek het theater van de Letterfee genoemd maar nu noemde ik haar het huis van de 72 engelen.

Soholiah zat rustig in zijn zetel aan de grote ronde tafel welke het middelpunt van het huis van de 72 engelen vormde. Hij voelde zich als een zeeman die thuis kwam van een groot avontuur. Gedachten maakte hem gek en dreven hem tot waanzin, de zee aan herinneringen verscheen voor zijn geestesoog en hij zag de grote rivier die in de toekomst ontsprong. Hij was bijna al zijn verstand verloren maar er restte hem nog net genoeg kracht om zich tot aartsengel Metatron te richten. Hij keek in zijn magische spiegel en sprak met Metatron. Metatron vertelde hem dat hij de leider van het huis van de 72 engelen was en dat het huis als doel had je te bevrijden van al het kwade en je te vullen met het goede. Metatron vertelde dat het huis goed was, dat het goede er heerste en het slechte enkel een theater opvoerde om de slechteriken schrik aan te jagen en zodoende weer naar het goede te leiden. Soholiah protesteerde en zei dat die manier van werken hem niet aanstond. Metatron lachte en zei, ze zien zelf maar wat hun het meeste aanstaat, het paradijs of het circus. Terwijl hij dat zei transformeerde hij tot joker. Een van zijn ogen verkleinde zich tot een speetje en even leek het alsof de duivel een knipoog aan Soholiah gaf. Metatron vertelde dat hij inderdaad als een meester der illusies beschreven kon worden maar dat hij zeker niet de duivel was. ‘Ik houd er wel van om soms voor de duivel te spelen maar de duivel ben ik zeker niet’ Zei Metatron nogmaals om Soholiah ervan te verzekeren dat hij niet het gezicht van Satan aan het bestuderen was. Ik ben een wezen met duizenden gezichten doch de meeste ervan zijn enkel maskers en mijn ware zelf blijft verborgen totdat er iemand in mijn leven verschijnt die door de maskers heen kan kijken. Iemand die de ster in mij ziet en zodoende het lichtje wat zich in het meer van de duisternis bevind weer kan doen leven. Toen Metatron dit gezegd had keek Soholiah diep in zijn ogen en zag in het donkere meer van zijn pupillen een lichtje met een mooie jongeman erin die in de spiegel aan het kijken was. Daar heb je je monster zei Metatron en lachte terwijl de grijns van de joker alweer uitveegde om plaats te maken voor de glimlach van een oude wijze man. Soholiah keek in de spiegel en vroeg aan de oude wijze man waarom hij tot hem gekomen was. De man antwoordde dat hij gekomen was om een verhaal te vertellen. Soholiah was blij want hij hield van verhallen. Hij leunde achterover in zijn zetel, sloot zijn ogen en liet zich door de warme stem van Metatron meevoeren naar het theater van de Letterfee. Hij opende zijn ogen weer en zag de fee, de regenboog danseres, de prinses der gezichten en de meesteres der schone namen op hem toekomen. Zij kuste hem zacht op het voorhoofd waarna hij in een gezegende slaap viel en een hele mooie droom kreeg.

Hij droomde dat hij terug een klein kind was en op de schoot van zijn vader zat. Hij droomde dat zijn vader hem paardje liet rijden op zijn knie en zag hoe zijn moeder danste en zong. Zijn moeder speelde ook fluit en toen hij ging slapen vertelde zij hem een heel mooi en spannend verhaal. Toen hij in slaap viel ging zijn vader verder met vertellen en als hij wakker werd zag hij dat de Letterfee een eindje van hem vandaan ook een verhaal aan het vertellen was. Het wonderbaarlijkste van allemaal was dat er een jongetje bij haar was. De jongen zag er een beetje uit als een meisje want hij had een heel fijn gezicht en lange haren. Soholiah dacht dat hij een jaar of twaalf moest zijn. De Letterfee was gekleed in een losse witte jurk en zat samen met de jongen op een prachtig tapijt wat was bezaaid met fraai geborduurde kussens in goud rode tinten. De jongen was gekleed in het zwart maar uit zijn ogen scheen een licht wat alle duisternis leek te verdrijven.

Toen Soholiah de volgende ochtend wakker werd zich uitrekte en in het eerste licht van de zonestralen zijn eigen gezicht in de spiegel bekeek zag hij dat hij in een kleine jongen was veranderd. Het jongetje uit zijn droom had zijn plaats ingenomen. Hij sprong uit zijn zetel en bekeek zichzelf van top tot teen. Hij was helemaal verjongd. Zijn gezicht was fijn en zijn huid zacht als zijde. Hij droeg ook een zwart zijden pak wat hem als gegoten zat. Hij voelde zich licht en huppelde als een kind door de kamer. Natuurlijk was hij ook een kind of beter gezegd terug kind geworden. Hij vroeg zich niet langer af wat hij hier deed of waar en wat het huis van de 72 engelen was. Hij huppelde door het theater van de Letterfee en riep om zijn moeder en vader die als bij toverslag te voorschijn kwamen. Metatron glimlachte en de Fee begon te zingen waarna zij met zijn drieën de lift naar beneden namen en samen begonnen aan een mooie boswandeling die hen vanuit het verleden naar de toekomst zou lijden.

Boswandeling door de tijd

Soholiah zag zichzelf wandelen met aan elke hand één van zijn ouders. Ze zongen en om de honderd passen zwierden zijn ouders hem hoog in de lucht. Soholiah had geen schrik want hij wist dat de sterke handen van zijn ouders hem nooit los zouden laten. Af en toe hielden ze halt om even te pauzeren en bestudeerde Soholiah een klein gedeelte van zijn verleden. Hij was onder-tussen een jaar of zestien en dacht aan zijn eerste geliefde terwijl hij hoog in een boom zat en zich deze liefde voorstelde. Hij droomde van een magisch meisje. Iemand die net zoveel van de natuur hield als hij. Iemand waarmee hij zijn drang naar het bovennatuurlijke en het magische kon delen. Voor Soholiah was het leven een wonder en hij was er zeker van dat hij zijn geliefde elk moment kon ontmoeten.

Het maakte niet uit dat hij helemaal in zijn eentje in een boom zat en dat het meerderdeel van zijn gedachten uit fantastische voorstellingen bestond die waarschijnlijk nooit waar zouden worden. Het leven in deze boom was prachtig en Soholiah hield er enorm van om te dromen over zijn toekomst terwijl hij hoog in een boom zat. Hij had zich veilig genesteld in de top van de boom en stond zichzelf zelf toe om even in slaap te vallen. Hij droomde van een dame die net als hij van de natuur hield en die als bij toeval dezelfde weg door het grote donkere bos had genomen. Hij droomde over een meisje wat alle bloemen kende en de naam van alle dieren. Een meisje wat met de vogels vertrouwd was en tijdens haar lange wandeling vaak naar boven keek op zoek naar nieuwe exemplaren die ze nog nooit gezien had. Toen ze Soholiah zag braste ze in lachen uit. Dat was wel de raarste vogel die ze ooit gezien had. Hij was helemaal in het zwart en lag als een baby te slapen in de kruin van een boom. Ze kon duidelijk zien dat hij menselijk was en toch leek er iets bovennatuurlijks aan hem te kleven. Het was alsof hij door een aura werd omringd wat hem steeds tegen al het negatieve zou beschermen. Het kon zijn dat het door de zon kwam – die al laag aan de hemel stond en het kind gekleed in het zwart bescheen - dat het meisje het aura van Soholiah zag. Terwijl zij naar Soholiah keek keek zij naar de zon waardoor het leek alsof Soholiah uit alle kleuren van de regenboog bestond. Het verbaasde haar dat ze iemand had ontdekt die in een boom sliep terwijl ze opzoek was geweest naar nieuwe vogelsoorten. Wat was het leven toch wonderlijk je wist nooit wat je zou overkomen. Even later zag het meisje een man en een vrouw door het bos wandelen. Het koppel liep op haar toe en de man vroeg waarnaar ze aan het kijken was. Het meisje wat er eigenlijk al als een jonge vrouw uitzag en met recht een dame genoemd mocht worden wees naar de jonge man in de boom. De man glimlachte. Weet je wie dat is vroeg hij? Nee zij de jonge dame en glimlachte alsof ze deel uitmaakte van een samenzwering. Dat is mijn zoon antwoordde de man. En mijn kind zij de vrouw. Wat doet hij daar vroeg het meisje? Hij is aan het dromen antwoordde de vader. Over wat vroeg de Schone Maagd. Over jou natuurlijk zei de moeder. Over mij antwoordde het meisje verbaasd. Ja over je wandeling hiernaartoe en over de ontmoeting die volgt. Ga ik hem ontmoeten dan? Als je in de boom klimt en hem wakker kust wel antwoordde de vader. Niet teveel kussen hé het is nog maar een puber zei de Moeder. De jonge dame liet zich dit geen tweemaal zeggen en besloot in de boom te klimmen. Boven aangekomen kuste ze Soholiah waarna deze wakker werd en zijn ogen niet kon geloven. Het meisje waarover hij gedroomd had had hem wakker gekust. Ze keek hem bedenkelijk aan en produceerde toen een preutse glimlach.

Ik weet niet wat me bezielde zei ze, je was zo mooi toen je sliep dat ik het niet kon laten om je te kussen. Dat wou je al doen toen je nog beneden stond antwoordde Soholiah. Ik was erbij toen mijn vader je dat idee influisterde. Wij zijn hier helemaal niet weet je, wij zijn ergens anders. Eigenlijk is dit een hele hoge toren van waaruit wij alles kunnen overzien. Hier komen toekomst en verleden te samen in een droom die dit alles zo onwerkelijk doet overkomen dat het wel echt moet zijn. Bedoel je dat ik er niet echt ben, dat ik ook aan het dromen ben. Natuurlijk mijn liefste we zijn er niet echt we zijn enkel aan het dromen en deze boom is ons schip. Ik ben de kapitein en jij bent mijn vrouw. Nee ik wil de kapitein zijn zei de schone maagd. Oké dan ben jij de kapitein zei Soholiah. Perfect antwoordde het meisje en keek vooruit als een echte kapitein. Even kwam er iets heel jongensachtig over haar gezicht om toen weer plaats te maken voor haar eigen ondeugende glimlach. Ai ai Kapitein waar gaan we naartoe vroeg Soholiah waarna het meisje zei dat ze opzoek zouden gaan naar hun naam. Ik heet Soholiah zei de jonge knaap. Het meisje antwoordde dat haar naam Marah was en dat ze genoemd was naar de grote zee waaruit alles was voortgekomen. Die zelfde zee die ze nu aan het bevaren waren. De grote zee der oneindige mogelijkheden die meegevoerd werd met de wind langs de toppen van de bomen. Ik voel haar, zei Soholiah, ze streelt langs mij armen en door mijn haren, ze is zacht en geurt naar bloemen. Haar liefde voor de vogels doet hen vliegen en samen kunnen wij bergen verplaatsen. Terwijl Soholiah dat zei vestigde de jonge dame zich dicht tegen hem waarna ze begon met het strelen van zijn armen en schouders, met haar vingers door zijn haar ging en hem uiteindelijk nog een dikke kus gaf op de mond. Soholiah voelde zich in de wolken en besloot het roer in handen te nemen. Hij streelde de taille van de schone maagd en ging toen met zijn handen onder haar kleding naar haar borsten. Ze waren klein en zacht, behalve haar tepels die opgezwollen en hart waren. Hij trok langzaamaan haar kleren uit en keek naar het mooie meisje wat naakt samen met hem in de kruin van een boom zat. Ook zij was zorgvuldig begonnen met het uitkleden van Soholiah en al gauw zaten ze met zijn tweeën naakt in het kraaiennest van hun droom schip. De kruin was stevig en vele takken omringden hen terwijl zij de liefde bedreven. Metatron en de Letterfee waren ondertussen wat verder gaan wandelen of misschien al terug naar huis gegaan. Dat wist Soholiah niet en het kon hem op dat moment ook helemaal niet schelen, hij dacht enkel aan haar en zelf daarmee stopte hij toen zijn lichaam het overnam en hij een eenwording met haar bereikte die zich enkel kon voordoen in één van zijn mooiste dromen. Toen de droom over was en ze wisten hoe het was om echt te vrijen vielen ze allebei in een vredige slaap. Als iemand ze toen daar had zien slapen in de boom zou hij wel heel verbaasd zijn geweest.

Gelukkig kwam er niemand langs die de naakte boomknuffellaars zag, behalve de dieren van het bos misschien en wie weet de boom zelf welke zich ook zeer geliefd moest voelen aangezien de twee kinderen zich tijdens hun slaap ook dicht tegen de taken van de boom knutselden en deze evenals elkaars lichamen teder streelden. Marah had geen hoogtevrees maar toen ze laat die avond wakker werd en zag dat de sterren al aan de hemel stonden schrok ze zich te pletter. Gelukkig dat Soholiah ook al wakker was en haar nog net vast kon pakken want anders zou ze zeker uit de boom zijn gevallen (dacht hij). Ik moet dringend naar huis zij Marah. Ik ook antwoordde Soholiah waarna ze beiden uit de boom klommen en daarna zo snel als de wind naar huis renden. Terwijl Soholiah naar huis rende en de wind hem daadwerkelijk begon te dragen kwam hij tot het besef dat hij aan het dromen was. Hij spreidde zijn vleugels en legde zich op de wind die hem langs hoge en lage golven mee terug naar het Huis van de 72 Engelen nam. Hij vloog naar binnen langs het raam waardoor hij die ochtend gekeken had en wat hij blijkbaar ook open had laten staan. Het vertrek was zo goed als leeg. Enkel het tapijt met de kussens en de tafel met de zetels er rond en de spiegel erop waren nog steeds aanwezig. Metatron en de Letterfee waren nergens te bekennen. Maar ondertussen wist Soholiah dat hij ze wanneer hij maar wou zo terug op zou kunnen roepen. Hij liep naar de tafel en keek in de spiegel. Hij zag een jonge man van een jaar of vijventwintig met grote zwarte Engelenvleugels. Hij streelde zichzelf met zijn vleugels en kwam er achter dat deze zijdezacht aanvoelden. Het deed hem denken aan de zwarte zijde kleding die hij gedragen had als kind. Voor de rest was hij naakt. Hij bekeek zijn lichaam wat slank maar gespierd was, focuste toen weer op zijn gezicht wat hem verwaand aankeek vanuit de spiegel. Hij leek wel een tovenaar. Ik ben ook een tovenaar antwoordde de engel in de spiegel waarna hij glimlachte, zijn hand naar boven deed, opende en er een schitterende rode roos uit te voorschijn kwam. Ik keek naar mijn hand en zag dat ik daadwerkelijk een roos vast had. Ik voelde haar doornen prikken in mijn hand toen ik me er van overtuigde dat ze echt was. Het verbaasde me dat dat me verbaasde. Ik wist ondertussen toch maar al te best dat ik droomde of dat ik aan het schrijven was. Ik had mezelf verraden. De ik vorm had mij weer meegenomen. Ik was mezelf niet meer, ik was Soholiah geworden. Ik schrok en balde de vuist van de hand waarin ik de roos vasthield. Een druppel bloed viel door de tijd en belande op een groot boek wat voor de spiegel op de tafel was verschenen. Het boek lag open en er was niets in geschreven totdat mijn bloed er op viel en er een tekst ontstond die zich onmiddellijk als een rode draad door het boek begon te weven.

Terwijl Soholiah naar het magische boek voor hem keek nam Metatron zijn plaats in. Metatron was tevreden. De hoofdlijnen waren uitgetekend en zeer binnenkort zou hij het huis van de 72 engelen vorm kunnen geven en het theater van de Letterfee tot leven brengen.

 

 
SEO by Artio