Boswandeling door de tijd Afdrukken E-mail
Geschreven door Fengo   
zaterdag, 22 september 2018 08:25

Soholiah zag zichzelf wandelen met aan elke hand één van zijn Ouders. Ze zongen en om de honderd passen zwierden zijn Ouders hem hoog in de lucht. Soholiah had geen schrik want hij wist dat de sterke handen van zijn Ouders hem nooit los zouden laten. Af en toe hielden ze halt om even te pauzeren en bestudeerde Soholiah een klein gedeelte van zijn verleden. Hij was ondertussen een jaar of zestien en dacht aan zijn eerste geliefde terwijl hij hoog in een boom zat en zich deze liefde voorstelde. Hij droomde van een magisch meisje. Iemand die net zoveel van de natuur hield als hij. Iemand waarmee hij zijn drang naar het bovennatuurlijke en het magische kon delen. Voor Soholiah was het leven een wonder en hij was er zeker van dat hij zijn geliefde elk moment kon ontmoeten. Het maakte niet uit dat hij helemaal in zijn eentje in een boom zat en dat het meerderdeel van zijn gedachten uit fantastische voorstellingen bestond die waarschijnlijk nooit waar zouden worden. Het leven in deze boom was prachtig en Soholiah hield er enorm van om te dromen over zijn toekomst terwijl hij hoog in een boom zat. Hij had zich veilig genesteld in de top van de boom en stond zichzelf zelf toe om even in slaap te vallen. Hij droomde van een dame die net als hij van de natuur hield en die als bij toeval dezelfde weg door het grote donkere bos had genomen.

Hij droomde over een meisje wat alle bloemen kende en de naam van alle dieren. Een meisje wat met de vogels vertrouwd was en tijdens haar lange wandeling vaak naar boven keek op zoek naar nieuwe exemplaren die ze nog nooit gezien had. Toen ze Soholiah zag braste ze in lachen uit. Dat was wel de raarste vogel die ze ooit gezien had. Hij was helemaal in het zwart en lag als een baby te slapen in de kruin van een boom. Ze kon duidelijk zien dat hij menselijk was en toch leek er iets bovennatuurlijks aan hem te kleven. Het was alsof hij door een aura werd omringd wat hem steeds tegen al het negatieve zou beschermen. Het kon zijn dat het door de zon kwam – die al laag aan de hemel stond en het kind gekleed in het zwart bescheen - dat het meisje het aura van Soholiah zag. Terwijl zij naar Soholiah keek keek zij naar de zon waardoor het leek alsof Soholiah uit alle kleuren van de regenboog bestond. Het verbaasde haar dat ze iemand had ontdekt die in een boom sliep terwijl ze opzoek was geweest naar nieuwe vogelsoorten. Wat was het leven toch wonderlijk je wist nooit wat je zou overkomen. Even later zag het meisje een man en een vrouw door het bos wandelen. Het koppel liep op haar toe en de man vroeg waarnaar ze aan het kijken was. Het meisje wat er eigenlijk al als een jonge vrouw uitzag en met recht een dame genoemd mocht worden wees naar de jonge man in de boom. De man glimlachte. Weet je wie dat is vroeg hij? Nee zij de jonge dame en glimlachte alsof ze deel uitmaakte van een samenzwering. Dat is mijn zoon antwoordde de man. En mijn kind zij de vrouw. Wat doet hij daar vroeg het meisje? Hij is aan het dromen antwoordde de vader. Over wat vroeg de Schone Maagd. Over jou natuurlijk zij de Moeder. Over mij antwoordde het meisje verbaasd. Ja over je wandeling hiernaartoe en over de ontmoeting die volgt. Ga ik hem ontmoeten dan? Als je in de boom klimt en hem wakker kust wel antwoordde de Vader. Niet teveel kussen hé het is nog maar een puber zei de Moeder. De jonge dame liet zich dit geen tweemaal zeggen en besloot in de boom te klimmen. Boven aangekomen kuste ze Soholiah waarna deze wakker werd en zijn ogen niet kon geloven. Het meisje waarover hij gedroomd had had hem wakker gekust. Ze keek hem bedenkelijk aan en produceerde toen een preutse glimlach. Ik weet niet wat me bezielde zei ze, je was zo mooi toen je sliep dat ik het niet kon laten om je te kussen. Dat wou je al doen toen je nog beneden stond antwoordde Soholiah. Ik was erbij toen mijn Vader je dat idee influisterde.

Wij zijn hier helemaal niet weet je, wij zijn ergens anders. Eigenlijk is dit een hele hoge toren van waaruit wij alles kunnen overzien. Hier komen toekomst en verleden te samen in een droom die dit alles zo onwerkelijk doet overkomen dat het wel echt moet zijn. Bedoel je dat ik er niet echt ben, dat ik ook aan het dromen ben. Natuurlijk mijn liefste we zijn er niet echt we zijn enkel aan het dromen en deze boom is ons schip. Ik ben de Kapitein en jij bent mijn vrouw. Nee ik wil de kapitein zijn zei de Schone Maagd. Oké dan ben jij de Kapitein zei Soholiah. Perfect antwoordde het meisje en keek vooruit als een echte Kapitein. Even kwam er iets heel jongensachtig over haar gezicht om toen weer plaats te maken voor haar eigen ondeugende glimlach. Ai ai Kapitein waar gaan we naartoe vroeg Soholiah waarna het meisje zei dat ze opzoek zouden gaan naar hun naam. Ik heet Soholiah zei de jonge knaap. Het meisje antwoordde dat haar naam Marah was en dat ze genoemd was naar de grote zee waaruit alles was voortgekomen. Die zelfde zee die ze nu aan het bevaren waren. De grote zee der oneindige mogelijkheden die meegevoerd werd met de wind langs de toppen van de bomen. Ik voel haar, zei Soholiah, ze streelt langs mij armen en door mijn haren, ze is zacht en geurt naar bloemen. Haar liefde voor de vogels doet hen vliegen en samen kunnen wij bergen verplaatsen.

Terwijl Soholiah dat zei vestigde de Schone Maagd zich dicht tegen hem waarna ze begon met het strelen van zijn armen en schouders, met haar vingers door zijn haar ging en hem uiteindelijk nog een dikke kus gaf op de mond. Soholiah voelde zich in de wolken en besloot het roer in handen te nemen. Hij streelde de taille van de Schone Maagd en ging toen met zijn handen onder haar kleding naar haar borsten. Ze waren klein en zacht, behalve haar tepels die opgezwollen en hart waren. Hij trok langzaamaan haar kleren uit en keek naar het mooie meisje wat naakt samen met hem in de kruin van een boom zat. Ook zij was zorgvuldig begonnen met het uitkleden van Soholiah en al gauw zaten ze met zijn tweeën naakt in het kraaiennest van hun droomschip. De kruin was stevig en vele takken omringden hen terwijl zij de liefde bedreven. Metatron en de Letterfee waren ondertussen wat verder gaan wandelen of misschien al terug naar huis gegaan. Dat wist Soholiah niet en het kon hem op dat moment ook helemaal niet schelen, hij dacht enkel aan haar en zelf daarmee stopte hij toen zijn lichaam het overnam en hij een eenwording met haar bereikte die zich enkel kon voordoen in één van zijn mooiste dromen. Toen de droom over was en ze wisten hoe het was om te vrijen vielen ze allebei in een vredige slaap. Als iemand ze toen daar had zien slapen in de boom zou hij wel heel verbaasd zijn geweest. Gelukkig kwam er niemand langs die de naakte boomknuffellaars zag, behalve de dieren van het bos misschien en wie weet de boom zelf welke zich ook zeer geliefd moest voelen aangezien de twee kinderen zich tijdens hun slaap ook dicht tegen de taken van de boom knutselden en deze evenals elkaars lichamen teder streelden. Marah had geen hoogtevrees maar toen ze laat die avond wakker werd en zag dat de sterren al aan de hemel stonden schrok ze zich te pletter. Gelukkig dat Soholiah ook al wakker was en haar nog net vast kon pakken want anders zou ze zeker uit de boom zijn gevallen (dacht hij). Ik moet dringend naar huis zij Marah. Ik ook antwoordde Soholiah waarna ze beiden uit de boom klommen en daarna zo snel als de wind naar huis renden.

Terwijl Soholiah naar huis rende en de wind hem daadwerkelijk begon te dragen kwam hij tot het besef dat hij aan het dromen was. Hij spreidde zijn vleugels en legde zich op de wind die hem langs hoge en lage golven mee terug naar het Huis van de 72 Engelen nam. Hij vloog naar binnen langs het raam waardoor hij die ochtend gekeken had en wat hij blijkbaar ook open had laten staan. Het vertrek was zo goed als leeg. Enkel het tapijt met de kussens en de tafel met de zetels er rond en de spiegel erop waren nog steeds aanwezig. Metatron en de Lettterfee waren nergens te bekennen. Maar ondertussen wist Soholiah dat hij ze wanneer hij maar wou zo terug op zou kunnen roepen. Hij liep naar de tafel en keek in de spiegel. Hij zag een jonge man van een jaar of vijventwintig met grote zwarte Engelenvleugels. Hij streelde zichzelf met zijn vleugels en kwam er achter dat deze zijdezacht aanvoelden. Het deed hem denken aan de zwarte zijde kleding die hij gedragen had als kind. Voor de rest was hij naakt. Hij bekeek zijn lichaam wat slank maar gespierd was, focuste toen weer op zijn gezicht wat hem verwaand aankeek vanuit de spiegel. Hij leek wel een tovenaar. Ik ben ook een tovenaar antwoordde de Engel in de spiegel waarna hij glimlachte, zijn hand naar boven deed, opende en er een schitterende rode roos uit te voorschijn kwam.

Ik keek naar mijn hand en zag dat ik daadwerkelijk een roos vast had. Ik voelde haar doornen prikken in mijn hand toen ik me er van overtuigde dat ze echt was. Het verbaasde me dat dat me verbaasde. Ik wist ondertussen toch maar al te best dat ik droomde of dat ik aan het schrijven was. Ik had mezelf verraden. De ik vorm had mij weer meegenomen. Ik was mezelf niet meer, ik was Soholiah geworden. Ik schrok en balde de vuist van de hand waarin ik de roos vasthield. Een druppel bloed viel door de tijd en belande op een groot boek wat voor de spiegel op de tafel was verschenen. Het boek lag open en er was niets in geschreven totdat mijn bloed er op viel en er een tekst ontstond die zich onmiddellijk als een rode draad door het boek begon te weven.

Terwijl Soholiah naar het magische boek voor hem keek nam Metatron zijn plaats in. Metatron was tevreden. De hoofdlijnen waren uitgetekend en zeer binnenkort zou hij het Huis van de 72 Engelen vorm kunnen geven en het theater van de Letterfee tot leven kunnen brengen. Het stond allemaal in het boek, een boek geschreven met het bloed van een Engel. Soholiah werd wakker en protesteerde, dit lijkt wel zwarte magie hiermee wil ik mij niet bezig houden. Metatron antwoordde dat dit geen zwarte noch witte magie was maar rode magie, de magie van het verlangen, de magie van het hart en van de roos. Metatron transformeerde in de Letterfee, ze was volledig in het rood gekeeld en zelf de naakte delen van haar lichaam waren met rode tatoeages versiert.

Haar ogen schitterden en terwijl ik erin keek zag ik een vuur branden. In dat vuur daar zag ik mezelf met het grote boek der rode magie in mijn handen. Ik lachte en zei tegen mezelf dat ik geen schrik moest hebben want dat ik op vuur kon lopen en dat een boek geschreven met het bloed van een Engel nooit uitgewist kon worden. Toen herinnerde ik mij het bloed en het sperma, toen herinnerde ik mij Marah en wist ik waar ik het boek van de rode magie moest beginnen. Ik ging rustig in het vuur zitten en omringde mezelf met mijn zwarte zijde vleugels -die als bij wonder ook vuurbestendig waren- waarna ik het boek opende. Een schitterende afbeelding van Marah in het rood verscheen. Ze zag er als een Engel uit en toch wist ik dat ze ooit een demon was geweest. Een wezen wat ook wel een Sucubus werd genoemd. Herinneringen aan haar probeerde mij alweer mee te sleuren naar het volgende deel van het verhaal. Maar ik liet mij niet doen door het verleden en keek naar het toekomstige beeld van Marah in wiens ogen een vuur brandde. In dat vuur daar zat ik met mijn boek en in dat boek daar zat zij. Ik keek naar mezelf in haar ogen in dat boek en zag dat mijn vleugels nu rood waren geworden. Ik was naakt en zag er als een heel sexy Demon uit. Eigenlijk trok ik zelf wel een beetje op een Sucubus. Mijn haren waren donker geworden en mijn blik was duister als de nacht. Mijn zwarte snorretje en mijn baard gaven mij het allure van een gangster. Ik voelde me machtig en wist dat ik als rode magiër al mijn verlangens waar zou kunnen maken.

Toen ik de volgende ochtend wakker werd begon de nachtmerrie, ik wist niet meer wat er gebeurd was, ik herinnerde me nog wel Marah en hoe we heerlijk gevreeën hadden in de boom. Ik had overal pijn en was zwart van de aarde en rood van het bloed. Ik keek naar mijn handen en zag dat ook deze besmeurd waren met rood bloed.

Met Marah was het niet veel beter afgelopen ook zij wist niet precies meer wat er gebeurd was. Ook zij was met de wind meegevlogen over de golven van de oneindige zee der verlangens en had haar weg terug naar huis gevonden. Haar ouders wisten niet wat ze zagen toen ze door de deur het huis binnenkwam vergezelt door een harde koude wind. Marah was een meisje geweest maar nu was ze een vrouw. Haar harde tepels waren te zien door haar besmeurde T-shirt en even schrok haar Vader van zijn eigen verlangen om haar prille borstjes aan te raken. Hij keek snel naar haar gezicht in de hoop zich in haar onschuldige ogen te kunnen verschuilen. Maar ook dat hielp niet want er was geen onschuld meer in haar ogen. Er was enkel een vuur, een vuur wat hij nog nooit gezien had en wat hem enorm veel schrik aanjaagde. Hij besloot dus maar ergens anders naar te kijken en deed daarna verder alsof hij haar niet zag. Ze moest het maar met haar Stiefmoeder oplossen dacht de Vader. Toen de Stiefmoeder van Marah de woonkamer binnenkwam braste het onweer volledig los. De stiefmoeder begon te gillen en wees naar het schortje van Marah wat rood gekleurd was van het bloed. Nu kwam ook Marah tot het besef dat ze bloed verloren had tijdens het vrijen. Het was donker geweest en haar gedachten waren bij de vreemde jongeman geweest waar ze smoorverliefd op was maar die haar ook een zekere angst inboezemde. Ze vroeg zich af hoe het mogelijk was om verliefd te worden van de ene moment op de andere en dan ook nog eens op een wildvreemde. Haar Stiefmoeder liet haar niet lang bij haar gedachten en schreeuwde dat ze wou weten wat er verdomme gebeurd was. Ze eiste een verklaring en onderbrak zo haar gedachtestroom. Het leek wel alsof ze nog steeds aan het dromen was. Dit kon niet waar zijn, dit kon allemaal niet waar zijn. Dit moest wel een droom zijn, of een nachtmerrie. Ondertussen werd de Stiefmoeder bozer en bozer en rende op Marah af, greep haar vast en smeet haar op de grond. En nu ga je me vertellen wat er gebeurd is schreeuwde het onmens waarna ze verder ging met haar te slagen. Gelukkig kwam de Vader tussenbeide en redde Marah van haar Boze Stiefmoeder. Hij droeg haar in zijn armen als het kleine meisje waar hij altijd zo veel van gehouden had. Marah liet zich doen blij dat ze van haar Stiefmoeder verlost was. Toen haar Vader haar in bed legde begon ze zachtjes te snikken en vertelde dat ze zich enkel bezeerd had in een boom toen ze het nest van een vreemde vogel wou gaan bestuderen die ze nog nooit gezien had. Haar Vader zei dat het goed was en dat ze zich geen zorgen moest maken. Slaap nu maar eerst, dan zullen we het morgen wel uitpraten zei hij. Daarna liet hij haar achter op haar eigen knusse zolderkamer.

Ze keek verwonderd om zich heen want op de een of andere manier was alles veranderd in haar kamer. De oude balken leken nu wel boomstammen en de groene verf op de muur leek wel in bladeren uiteen te vallen. Achter de bladeren bevond zich de lucht die bestond uit blauwe verf.  De Kamer was geschilderd in alle kleuren. Dat had ze zelf besloten toen ze nog maar twaalf was en zichzelf de Regenboog Prinses genoemd had. Leuke herinneringen uit haar jeugd kwamen naar boven. Momenten dat ze danste met haar Vader en met andere kinderen, momenten dat ze vrij was en kon doen en laten wat ze wilde. Heel haar leven was een feest geweest, één groot feest ter ere van haar totdat er een vrouw was verschenen in het leven van haar Vader en dus ook in het hare. Vanaf de eerste dag dat hij deze vrouw aan haar had voorgesteld had ze haar niet gemogen. Ze heette Violetta en zag er als een barbiepop uit. Ze begreep niet hoe haar vader welke een halve hippie en een halve soof was ooit verliefd had kunnen worden op z’on monster. Haar stiefmoeder was van Japanse afkomst en zag eruit alsof ze in elkaar was gezet door een perverse goochelaar die het leuk vond om met poppen te spelen. Ze probeerde het beeld van haar stiefmoeder weg te wuiven maar dat lukte niet omdat beneden haar gekrijs opnieuw begon. Marah besefte dat er ruzie was uitgebroken en dat dat waarschijnlijk door haar kwam. Ze sloot haar ogen en verstopte zich onder haar dekens in de hoop dat de nachtmerrie zou stoppen en dat gebeurde ook. Ze viel in slaap en droomde dat ze wederom bij haar Engel was, hoog in de takken van die boom waar ze zachtjes met hem heen en weer wiegde als op de golven van een onzichtbare oceaan.

Ondertussen had Soholiah het bloed van zijn handen gewassen en was hij op het tapijt gaan liggen met zijn hoofd op één van de geborduurde kussens. Het frustreerde hem dat hij soms het einde van zijn dag niet meer herinnerde. Dat gebeurde meestal wanneer hij teveel dronk. Deze keer was hij enkel dronken geweest van de liefde. Hij had er van genoten, hij had de hele beker leeggedronken en een vuur was in hem ontstoken. Dat vuur had hem vleugels gegeven en zodoende was hij in een Engel veranderd. Ze had een Engel van hem gemaakt dat voelde hij tot diep in zijn boten en daar was hij heel dankbaar voor. Hij stond op liep naar de tafel en keek in de spiegel. Hij zag er goed uit. Hij was wat blonder geworden en wat ouder. Een jaar of dertig naar mijn schattig. Zijn vleugels waren nu wit en hij voelde zich opgelucht omdat de nachtmerrie voorbij was en dat hij wit geworden was. Metatron kwam te voorschijn en zei dat het nu tijd was om alles wit te wassen. Soholiah had ondertussen al wel door dat de woorden hem beet aan het nemen waren en dat hij meegevoerd werd door de zinnen van het verhaal wat Metatron hem aan het vertellen was. Die verdomde spiegel had ik er maar nooit in gekeken schreeuwde hij tegen zichzelf. Metatron vroeg hem om zich te kalmeren. Waarna Soholiah tot bedaren kwam. Het spijt me zei hij tegen zichzelf. Metatron antwoordde dat het niet erg was maar dat het nu tijd was om verder te gaan met het verhaal. Ga maar weer rustig liggen in de zetel dan zal ik verder vertellen. Soholiah deed wat hij vroeg en nestelde zich op de zetel als een kind wat maar al te graag wilde luisteren naar de verhalen van zijn Vader. Soholiah lag vredig op de zetel en luisterde naar de zachte warme stem van zijn Vader die hem wederom meenam naar het theater van de Letterfee. Daar zag hij zichzelf aan de borst van zijn moeder liggen, daar leerde hij zijn eerste passen. Samen dansten zij over het podium terwijl hij ouder werd. Zo kwamen ze weer bij het moment waarop hij de eerste keer de liefde bedreef en verscheen Marah wederom op het toneel.

Marah liep in haar eentje in het bos opzoek naar de boom waarin ze de liefde hadden bedreven. Het was een zanderig bos met heuvels en heide. Er stonden voornamelijk dennenbomen maar af en toe stond er ook een eik of een berk en er was zelf een plek in het bos waar kastanjebomen stonden. Doch de boom waarin ze elkaar hadden bemind was geen van deze bomen. Het was een grote lindeboom waarin ze elkaar gekoesterd hadden. Dat wist ze zeker want ze herinnerde zich de hartvormige bladeren die rood hadden opgelicht dankzij de zon die hen zo hevig bescheen terwijl ze vreeën. Ze herinnerde zich de zon en de wind die met hen was geweest en voelde wederom hoe dat ze ook bemind waren geweest door deze zon en deze wind. En als bij toverslag zag ze de zon en voelde ze de wind. Ze voelde zich weer geliefd door de wereld, die zo lief was geweest haar een Engel te schenken die in een boom woonde. Ze wist wel dat hij er niet echt woonde want hij was net als zij naar huis gegaan en toch was ze er verzekerd van dat hij er zou gaan wonen. Zij zouden er gaan wonen ver weg van hun Ouders en de wrede wereld waar ze een beetje afschuw van had gekregen. Al dromend liep ze verder door het bos totdat ze de grote lindeboom zag en met verlangen terugdacht aan de jongen die haar ontmaagd had. Ze klom in de boom en bewonderde in de kruin de resten van hun liefdesspel met veel ontzag. Het was duidelijk dat hier iets magisch gebeurd was. Terwijl ze de hoofdtakken bestudeerde kwam ze er achter dat er overal wel een beetje bloed van haar was doorgedrongen. Ze vroeg zich af hoe het kwam dat ze zoveel bloed verloren had zonder het te merken en kwam tot de conclusie dat ze zich af had laten lijden door zijn zachte zijden vleugels en zijn harde warme penis die in en uit haar gleed. De gedachte aan zijn penis en de harde boomstam waartegen ze gedrukt werd wonden haar op. Het had een beetje pijn gedaan maar dat had ze niet erg gevonden. Ze voelde aan de takken van de boom en herinnerde zich hoe hart alles was geweest. Er was liefde geweest maar ook lijden. Het was een feest geweest maar ook een gevecht. Ze had zich mee laten voeren door zijn verbeelding en was hem ter wille geweest. Even voelde ze zich bedrogen. Wat had haar er toe gebracht om in de boom te klimmen en hem te kussen. Ze voelde zich verloren en omarmde de boom zoekende naar troost en goede raad.

Toen begon de Boom te spreken en zei” maak je geen zorgen mijn kind, alles komt goed op mij kun je een huis bouwen. Ik ben zo sterk als een rots en heb mijn wortels bij de rivier. Ik heb mijn takken hoog in de lucht en de vogels zijn mijn boodschappers. De wind verspreid mijn gedachten en het water mijn gevoelens. Het bloed wat jij door mij hebt laten stromen heeft me een stem gegeven om mee te praten en oren om mee te luisteren. Jouw bloed heeft me een hart gegeven om lief mee te hebben en handen om mee te werken. Sta me toe je hiervoor te bedanken door een huis te vormen met mijn takken en een dak met mijn bladeren. Laat mij je een onderkomen schenken waar je kunt huilen om het leed van de wereld en kunt lachen van vreugde wanneer je weer opgeladen bent. Laat mij een huis voor je bouwen waar je veilig bent en waar enkel Engelen in kunnen wonen en komen. Laat mij je verbinden met de Aarde en de Hemel. Laat mij je helen zodat je vrucht kunt dragen en net als ik een nieuwe wereld baren”. De Boom stopte niet met voorstellen doen totdat Marah zei dat ze het allemaal goed vond. Jij bent een boom met goede ideeën zei ze. Ik heb het gevoel dat ik jouw kan vertrouwen dus laat de transformatie beginnen. Oké zei de Boom ik ga er een Engelenhuis van maken aangezien je verliefd bent op een Engel. En weet je, je ziet er zelf ook wel een beetje als een Engel uit. Kijk maar eens in de zon dan zul je daarna zien dat er zich al een gevleugeld aura aan het vormen is rond je lichaam.

Terwijl Marah naar de zon keek veranderde de Boom in een torenhuis. Als bij toverslag stond ze op een balkon hoog in de wolken. Ze voelde zich goed, ze wist niet precies waarom maar iets in haar zei dat alles goed was. Ook zij zei dat het goed was en keek fier vooruit over het wolkendek. Toen zag ze in de verte een schip aankomen. Een luchtschip. Ze keek vol verwondering naar het prachtige schip wat even later aanmeerde aan het balkon. De Engel van haar hart kwam te voorschijn en feliciteerde haar met de mooie droom die ze aan het weven was. Is dit een droom dan vroeg ze verwonderd? Hou me niet voor de gek hé, je weet maar al te goed wat je aan het doen bent. Ik weet waarachtig van niets zij ze, het is de Boom die me dit alles heeft ingefluisterd en zich getransformeerd heeft tot deze prachtige Engelentoren. Maak dat de kat maar wijs zij Soholiah. Je bent een droomster en dankzij de krachten van het bloed en de boom heb je me naar hier gehaald. Ik ben inderdaad een Droom Ster zei Marah en als dit alles mijn droom is dan ben ik heel content. Een lieve Boom die mij tot huis geworden is en een Engel met een schip die mij komt bezoeken. Ik was nochtans bezig met belangrijk werk zei Soholiah maar jij bent de Kapitein dus vertel eens welk spelletje we vandaag gaan spelen. Vandaag gaan we spelen dat we piraten zijn antwoordde Marah. Oké en waar zijn de piraten op uit, wat is het doel van het spel. De juwelen van mijn Boze Stiefmoeder stelen antwoordde Marah. Wie is je Stiefmoeder dan vroeg Soholiah en hoe ziet ze eruit, waar kunnen we haar vinden en hoe gaan we haar juwelen bemachtigen. Niet teveel vragen tegelijkertijd hé jongeman antwoordde Marah en lachte. Ik heb het allemaal al gepland. Eerst zal ik je wat over mijn Stiefmoeder vertellen. Ze is niet menselijk, het is een seksrobot in elkaar gezet door de illuminatie om mijn vader te verleiden. Ze heeft hem heel veel geld afgeperst en daar allemaal antieke juwelen van gekocht. Die dingen zijn nog van pausen geweest en van zeer voorname priesters. Ze zijn een fortuin waard. Soms dan zie ik haar lopen met de meter van een paus en dan hoor ik haar grinniken van plezier. Ik ben rijk, ik ben rijk, heb ik haar wel eens horen gillen terwijl ze danste van plezier en met haar juwelen in het rond zwierde. Mijn vader laat dat allemaal toe. Hij zit in een stoel als een debiel en kijkt naar dat geschifte mens alsof het een Godin is. Marah begon een beetje van streek te raken en een traan liep over haar wangen. We zullen haar te grazen nemen en haar juwelen stelen zij Soholiah. Marah lachte en veegde haar tranen weg. Ja we nemen haar te grazen we stellen haar juwelen. We pikken haar kleren en haar schoonheidsproducten zei Marah. We pissen op haar tandenborstel en we kakken in haar douche zei Soholiah. Nee nu maak je het te grof, we gaan enkel de verkleedkleding halen en de juwelen en daarna vliegen we terug naar huis. Oké zei Soholiah waarna ze beiden aan boord gingen van hun piratenschip en naar het huis van de boze stiefmoeder vlogen.

Marah kende de weg op haar duimpje dus had Soholiah enkel haar bevelen op te volgen en bevonden zij zich weldra bij het huis van de ouders van Marah. Ze legde aan bij het dakraam en klommen daardoor naar binnen in de kamer van Marah waarna ze heel stilletjes naar de vertrekken van haar Stiefmoeder slopen. Marah verzekerde Soholiah dat haar Ouders er niet waren maar toch bontste zijn hart in zijn keel terwijl ze heen en weer liepen door het huis met de kleren en de juwelen. Toen alles ingeladen was vertrokken ze weer. Na enkele honderd meter gevlogen te hebben braken ze allebei uit in een wild gejubel. Het was hen gelukt ze hadden de schatten van de Boze Stiefmoeder bemachtigd en waren nu klaar voor de rest van de reis. Marah trok een jurk aan die ze schitterend vond maar waarvoor haar Stiefmoeder te oud was geweest. Soholiah zag aan het gezicht van Marah dat ze weer aan haar Stiefmoeder aan het denken was en bovendien kwamen er ook nog eens donkere wolken aanzetten. Denk niet meer aan haar, alles is van jou nu en je zult nooit geen last meer van haar hebben. Dat is waar zei Marah en dat is maar goed ook want het is een smerig mens. Als het een smerig mens is waarom trek je dan haar kleren aan vroeg Soholiah en zo begon hun eerste ruzie. Soholiah kon het niet laten om mensen die hij niet kende te verdedigen en had spijt gekregen van zijn diefstal. Misschien viel die Stiefmoeder wel mee en wat moesten ze bovendien met al die juwelen en kleren als ze besmeurd waren met de gedachte aan zon vulgair wezen. Het was alsof Marah zijn gedachten kon lezen. Ze was nog steeds boos en in haar woede gooide ze alle kleren en alle juwelen van haar stiefmoeder naar beneden. Ondertussen was het beginnen stormen en regenen. Bliksem en donder begeleiden Marah terwijl ze als een bezetenen de bezittingen van haar Stiefmoeder uitdeelde aan de wereld onder haar. Soholiah stond achter het roer van het schip en gelukkig lukte het hem om haar tot bedaren te brengen. Waarna ook de zee van wolken weer plaats maakte voor de zon en zij op haar stralen naar huis vlogen. Tegen de tijd dat ze hun Engelentoren zagen waren ze allebei weer goedgezind en toen ze thuis aankwamen kropen ze gelijk in bed en vergaten de boze Stiefmoeder, haar kleren en haar juwelen. De storm was voorbij en de zon had plaatsgemaakt voor roze wolken en maneschijn. Marah en Soholiah voelden zich knus en fijn. Ze bedreven de liefde tussen de zachte warme dekens van het bed wat de boom tevoorschijn had getoverd voor hen. Marah bedankte de boom voor het bed en voor de Engel die er samen met haar in lag en Soholiah bedankte de boom voor Marah en voor het heerlijke gevoel dat hem overspoelde terwijl zij beiden teder de liefde bedreven. Het was nog maar de tweede keer dat ze vreeën maar het leek alsof ze het altijd al gedaan hadden. Alles voelde zo vertrouwd en alles was toch ook zo nieuw. Vreemde sensaties voerden hen mee in een erotische droom.

Terwijl zij sliepen stond het dorp op zijn kop. Wat daar allemaal gebeurde alsook wat er geschiedde in het huis van de ouders van Marah laat ik aan je eigen voorstellingsvermogen over zei Metatron om zijn verhaal te beëindigen waarna Soholiah zijn ogen opendeed. Rechtop ging zitten en Metatron bedankte voor het mooie verhaal wat hij verteld had.

Graag gedaan antwoordde het gezicht in de spiegel mij waarna alle personages weer te samen vloeiden en ik weer wist wie ik was.

 

 

 

Share
 
SEO by Artio