Spiegel Jezelf Afdrukken E-mail
Geschreven door Fengo   
maandag, 03 september 2018 05:54

Aartsengel Metatron, prins der gezichten, meester der schone namen heet jullie welkom in het Huis van de 72 Engelen stond er geschreven boven de ingang van de rode toren. het was de eerste keer dat dit me opviel en hij had mij geen toegang verschaft totdat ik dat ten volle besefte. Ik opende de deur en liep de inkomhal binnen. Ik was hier al vaker geweest, dat wist ik zeker. Deze toren, dit Engelenhuis had ik zelf bedacht en opgericht ter ere van mijn Engelen en Demonen. Natuurlijk was de toren niet echt en bevond het huis zich enkel in mijn verbeelding. Doch het voelde echt en ik wist dat deze toren het antwoord bevatte op al mijn vragen. De rode toren was mijn innerlijke tempel en zodoende de plaats bij uitstek om met mezelf te communiceren. Ik liep door de inkomhal naar de mooie grote ronde lift die mij zoals gewoonlijk gelijk naar daar bracht waar ik wou zijn. In dit geval de verdieping van Aartsengel Metatron. Mij hart bonsde in mijn keel terwijl ik aan de bel trok die voor de grote ovalen poort van Metatron’s vertrekken hing (Ik wist dat ik mijn eigen Metatron ging bezoeken en dat ik met mijn eigen Engelen en Demonen geconfronteerd zou worden en dat al deze dingen maar illusie waren en toch voelde het zo echt dat ik het bijna in mijn broek deed van de schrik). Metatron opende de deur en vroeg me waarvoor ik bang was? Ik antwoordde dat ik bang was voor mezelf, voor mijn eigen fantasie die hem zo dadelijk kleur zou geven. Stop dan met jezelf schrik aan te jagen zei Metatron en kom binnen in mijn huis vol goddelijke zegeningen. Toen ik binnenkwam in het huis van Metatron was het alsof ik mij in een schitterende diamant bevond (deze diamant diende als bovenste verdieping van de rode toren). Toen ik naar boven keek werd ik overweldigd door het zien en voelen van de diamatten koepel waardoor licht in al de kleuren van de regenboog naar beneden viel. Metatron begeleide mij naar een mooie ronde tafel die in het midden van het vertrek stond (recht onder de punt van de diamant). Rond de tafel stonden prachtige zetels in alle kleuren van de regenboog. Metatron nodigde me uit om te gaan zitten waarna ik me neerzette op één van de comfortabele zetels. Ontspan je zei Metatron en geniet van het gekleurde licht. Ik deed wat hij vroeg en keek naar het licht wat in regenbogen door het vertrek speelde. De dans van het licht door de ruimte was fascinerend en overal waar ik haar volgde veranderde de omgeving van vorm en kleur omdat er telkens weer andere facetten van het gebouw belicht werden. Na een langdurig onderzoek van de ruimte waarin ik me bevond en het licht wat er doorheen speelde keek ik weer naar het gezicht van Metatron. Hij glimlachte op een jongensachtige manier gaf me een knipoog en veranderde toen in een prachtige jonge dame met donkerblond krullend haar wat in mooie lange krullen langs haar gezicht viel. Ze had blauwe ogen met een zweem van paars en groen erin. Haar neus was spits en haar lippen waren vol net zoals haar mooie ronde borsten welke net niet te groot en ook niet te klein waren. Het licht daalde neer vanuit de punt van de toren en winkelde zich rond de schitterende dame die tot dan toe bijna volledig naakt was geweest. Ik keek gefascineerd toe hoe de mooie dame door het licht gekleed werd in een jurk die alle kleuren van de regenboog had. De jurk paste haar perfect en viel in een zee van kleuren al golvend over haar welgevormde lichaam. Mijn ogen gleden verder naar beneden langs haar lange mooie benen naar haar voeten toe. Ze was blootsvoets en op de één of andere manier werd ik enorm aangetrokken en opgewonden door haar voeten. Ze lekken zo stevig en toch ook zo fragiel. Terwijl ik haar voeten bewonderde hulde deze zich in balletschoenen waarna Metatron begon te dansen over de wegen van licht die door de kamer spoelden. Ik volgde de dans van het licht met mijn ogen en zag hoe de Regenboog Prinses hoger en hoger werd gevoerd op een pad wat in spiralen van licht naar boven voerde naar een punt wat oneindig ver weg leek en toch ook zo dichtbij. Het punt was donker en hoewel het maar een klein punt had geleken verzwelgende het de regenboog dame als een duister meer, een put zonder bodem waarin alle kleuren verdronken. Ook mijn geest werd verankerd in deze duisternis en voor even dacht ik dat ik nooit meer zou ontsnappen uit dit kleine puntje wat uiteindelijk een oneindig groot meer bleekt te zijn waarin alles wat er ooit uit was gekomen weer terug zou gaan als zij dat zo wilde. Voor een klein moment werd alles duidelijk, de duisternis het licht, alles verdween. Ik keek voor me en zag het gezicht van Metatron. De goeie oude Metatron lachte me toe. Hij zat recht voor me en weerkaatste als een spiegel het licht wat vanuit mijn ogen tot in de duistere punt van de spiraal werd gezogen. Ik zag mezelf daar zitten, rustig en bedaard.

 

Metatron liet mij zien wie ik was. Ik zag er niet slecht uit, mijn lippen waren vol en een wellustige glimlach verspreide zich over mijn gezicht terwijl ik naar mijn eigen glimmende ogen keek. Ik had grote ogen die wijd openstonden dankzij de verbinding met het licht van Metatron. Metatron keek in mijn ogen en zag de Regenboog Princes dansen en verdrinken in de duisternis van mijn pupillen. Metatron had haar weg gevonden naar mijn binnenste en ik had de weg gevonden naar Hem. Hij zat daar als mezelf, hij had lange haren die in donkerblonde krullen over zijn schouders vielen en mooie grote blauwe ogen met een zweem van lila en groen erin. Hij had een mooie kleine baard en een elegante snor en leek zowel op de duivel als op Christus. Hoe langer dat ik hem bekeek hoe dwazer hij me begon over te komen. Het licht werd terug opgewonden en Metatron hulde zich in een middeleeuws gewaad wat uit de drie hoofdkleuren bestond. Ik keek aandachtig naar deze nieuwe verschijningsvorm die Metatron aan had genomen en kwam tot het besef dat hij de Magiër van de Tarot uitbeeldde. Welkom in je eigen theater, welkom thuis lieve jongen. Welkom in het Huis van de 72 Engelen, een huis wat je zelf hebt voorbereid op de komst van Metatron je eigen onafscheidelijke vriend en tovenaar. Metatron stond op, twee enorme witte vleugels verschenen achter zijn armen waarna de tovenaar naar me toe kwam gevlogen en zich in mijn lichaam vestigde. Het was als in een droom waaruit ik langzaamaan ontwaakte om uiteindelijk tot het besef te komen dat ik niet langer een dwaas was maar een waarachtige tovenaar. Toen ik uiteindelijk ontwaakte en de visioenen oplosten in het licht van de zon dat binnenviel door de vele ramen van de rode toren zag ik dat er een kleine ovale spiegel voor me op de tafel stond. Het was een mooie spiegel welke omlijst was in goud en zilver en een ander metaal dat wel uit alle kleuren van de regenboog leek te bestaan. Toen ik opstond om de spiegel van dichter bij te gaan bekijken zag ik dat er een briefje onder de spiegel lag. Ik pakte het stukje papier in mijn handen en las wat erop geschreven stond: “ Spiegel je zelf “ Ik werd triest, waar was Metatron, waar was de Regenboogdame, Waar was ik. Ik voelde me alleen en opgesloten. Ik stond op en keek door het vertrek wat zo goed als leeg was. Alles was rond zoals je wel zult vermoeden. Het diamantendak had plaatsgemaakt voor een houten zoldering. De tafel waar ik aan zat was ook van hout en leek mij behoorlijk oud. De zeteltjes die er rond stonden waren antiek. Ze waren in barokstijl denk ik maar ik moet eerlijk toegeven dat ik zelf niet zo veel van antiek weet. Behalve dit salon stond er niets in de kamer. Alles leek gemaakt van ramen en mysterieuze nissen die zich daar tussenin bevonden. In elke nis stond een spiegel die op zijn beurt weer een raam weerspiegelde waardoor het verschil tussen raam en spiegel moeilijk te zien was. Ik stond op en liep naar een van de ramen. Ik wist dat het een raam was omdat ik mezelf er niet in weerspiegeld zag. Toen ik naar buiten keek werd ik overweldigd door een enorm mooi landschap en besefte ik plotseling dat ik hier al eens geweest was, al vele keren en toch wist ik nog steeds niet waar ik was, wie ik was of wat ik moest doen. Ik kende zelf mijn eigen naam niet meer. Even dacht ik dat het slim zou zijn om een deur te gaan zoeken maar toen werd mijn aandacht getrokken door een flikkering van licht die voortkwam uit de kleine spiegel die op de tafel stond. Ik liep terug naar het salon ging zitten op mijn zetel en keek in de lichtgevende spiegel voor me terwijl ik mij afvroeg wie ik werkelijk was en hoe ik er in hemelsnaam toe gekomen was om mij naar hier te begeven, naar deze plek die zich wel buiten de tijd leek te bevinden en waar ik zojuist mijn tovenaarsdiploma had gekregen maar mijn naam had verloren. Ik wist dat ik iemand was, een persoon met een leven buiten deze toren maar ik wist niet meer wie ik was. Ik was mezelf langzaamaan vergeten terwijl de visioenen één voor één mijn geest in beslag hadden genomen. Dit was niet het eerste visioen was ik meemaakte daar was ik zeker van want mijn geest, mijn herinneringen en mijn dromen bestonden uit een opeenvolging van visioenen. Ik voelde ook dat niet al mijn dromen zo mooi waren geweest als deze droom over Metatron mezelf en de Regenboogdame. Toen herinnerde ik me dat Metatron een Engel was en dat ik een schrijver was. Metatron had mij de magie van het schrijven geleerd en samen waren we bezig met het vormen van een nieuwe beweging die met de krachten der Engelen zou werken en opereren vanuit het Huis van de 72 Engelen. Ik overwoog de mogelijkheid dat de rode toren inderdaad ook het huis van de 72 Engelen was. En kwam tot de conclusie dat dat inderdaad het geval was. Alles kwam hier te samen, mijn licht en mijn duisternis. Metatron Prins der Gezichten en de Regenboogprinses van mijn dromen waren hier tot leven gekomen en ook weer gestorven om daarna voor eeuwig verder te leven in mezelf. Ik was mezelf vergeten maar Metatron en de Regenboog Princes stonden me duidelijk voor ogen en weer kwam de spiegel tot leven. Metatron werd wakker en vanuit een duister punt in zijn ogen zag ik de Regenboogprinses die naar mij toe danste. Ik voelde hoe het leven vanuit die ogen ontsprong en naar me toekwam als de vrouw van mijn dromen. Ze danste en ze zong terwijl er samen met haar een regenboog aan mogelijkheden ontsnapte uit het meer van duisternis wat zich in mijn ogen bevond. Ik hield van haar, ik hield van deze duisternis in mezelf vanwaaruit alle kleuren konden ontspringen wanneer ik er mijn licht op scheen. Toen herinnerde ik me mijn naam. Mijn naam was Soholiah en betekende oog van licht. Ik was een oog van licht dat verliefd was op de duisternis en haar zodoende onthulde in al haar kleuren. Zij was niet mezelf maar datgene in mezelf waarnaar ik het diepste verlangde. Zij was mijn ster in die duisternis en het hoofdpersonage van mijn verhaal. Een verhaal dat als een toneelstuk was en zich afspeelde hier en nu in dit theater wat uit mezelf was voortgekomen. Ik had de rode toren zelf verzonnen en al oneindig maal bezocht. Ooit had ik deze plek het Theater van de Letterfee genoemd maar nu noemde ik haar het Huis van de 72 Engelen.

 

 

Soholiah zat rustig in zijn zetel aan de grote ronde tafel welke het middelpunt van het Huis van de 72 Engelen vormde. Hij voelde zich als een zeeman die thuis kwam van een groot avontuur. Gedachten maakte hem gek en dreven hem tot waanzin, de zee aan herinneringen verscheen voor zijn geestesoog en hij zag de grote rivier die in de toekomst ontsprong. Hij was bijna al zijn verstand verloren maar er restte hem nog net genoeg kracht om zich tot aartsengel Metatron te richten. Hij keek in zijn magische spiegel en sprak met Metatron. Metatron vertelde hem dat hij de leider van het Huis van de 72 Engelen was en dat het huis als doel had je te bevrijden van al het kwade en je te vullen met het goede. Metatron vertelde dat het huis goed was, dat het goede er heerste en het slechte enkel een Theater opvoerde om de slechteriken schrik aan te jagen en zodoende weer naar het goede te leiden. Soholiah protesteerde en zei dat die manier van werken hem niet aanstond. Metatron lachte en zei, ze zien zelf maar wat hun het meeste aanstaat, het paradijs of het circus. Terwijl hij dat zei transformeerde hij tot joker. Een van zijn ogen verkleinde zich tot een speetje en even leek het alsof de Duivel een knipoog aan Soholiah gaf. Metatron vertelde dat hij inderdaad als een meester der illusies beschreven kon worden maar dat hij zeker niet de Duivel was. ‘Ik houd er wel van om soms voor de Duivel te spelen maar de Duivel ben ik zeker niet’ Zei Metatron nogmaals om Soholiah ervan te verzekeren dat hij niet het gezicht van de duivel aan het bestuderen was. Ik ben een wezen met duizenden gezichten doch de meeste ervan zijn enkel maskers en mijn ware zelf blijft verborgen totdat er iemand in mijn leven verschijnt die door de maskers heen kan kijken. Iemand die de ster in mij ziet en zodoende het lichtje wat zich in het meer van de duisternis bevind weer kan doen leven. Toen Metatron dit gezegd had keek Soholiah diep in zijn ogen en zag in het donkere meer van zijn pupillen een lichtje met een mooie jongeman erin die in de spiegel aan het kijken was. Daar heb je je monster zei Metatron en lachte terwijl de grijns van de joker alweer uitveegde om plaats te maken voor de glimlach van een oude wijze man. Soholiah keek in de spiegel en vroeg aan de oude wijze man waarom hij tot hem gekomen was. De man antwoordde dat hij gekomen was om een verhaal te vertellen. Soholiah was blij want hij hield van Verhallen. Hij leunde achterover in zijn zetel, sloot zijn ogen en liet zich door de warme stem van Metatron meevoeren naar het Theater van de Letterfee. Hij opende zijn ogen weer en zag de Fee, de Regenboog Danseres, de Prinses der Gezichten en de Meesteres der Schone Namen op hem toekomen. Zij kuste hem zacht op het voorhoofd waarna hij in een gezegende slaap viel en een hele mooie droom kreeg. Hij droomde dat hij terug een klein kind was en op de schoot van zijn Vader zat. Hij droomde dat zijn Vader hem paardje liet rijden op zijn knie en zag hoe zijn Moeder danste en zong. Zijn Moeder speelde ook fluit en toen hij ging slapen vertelde zij hem een heel mooi en spannend verhaal. Toen hij in slaap viel ging zijn Vader verder met vertellen en als hij wakker werd zag hij dat de Letterfee een eindje van hem vandaan ook een verhaal aan het vertellen was. Het wonderbaarlijkste van allemaal was dat er een jongetje bij haar was. De jongen zag er een beetje uit als een meisje want hij had een heel fijn gezicht en lange haren. Soholiah dacht dat hij een jaar of twaalf moest zijn. De Letterfee was gekleed in een lose witte jurk en zat samen met de jongen op een prachtig tapijt wat was bezaaid met fraai geborduurde kussens in goud rode tinten. De jongen was gekleed in het zwart maar uit zijn ogen scheen een licht wat alle duisternis leek te verdrijven.

Toen Soholiah de volgende ochtend wakker werd zich uitrekte en in het eerste licht van de zonestralen zijn eigen gezicht in de spiegel bekeek zag hij dat hij in een kleine jongen was veranderd. Het jongetje uit zijn droom had zijn plaats ingenomen. Hij sprong uit zijn zetel en bekeek zichzelf van top tot teen. Hij was helemaal verjongd. Zijn gezicht was fijn en zijn huid zacht als zijde. Hij droeg ook een zwart zijden pak wat hem als gegoten zat. Hij voelde zich licht en huppelde als een kind door de kamer. Natuurlijk was hij ook een kind of beter gezegd terug kind geworden. Hij vroeg zich niet langer af wat hij hier deed of waar en wat het Huis van de 72 Engelen was. Hij huppelde door het Theater van de Letterfee en riep om zijn Moeder en Vader die als bij toverslag te voorschijn kwamen. Metatron glimlachte en de Fee begon te zingen waarna zij met zijn drieën de lift naar beneden namen en samen begonnen aan een mooie boswandeling die hen vanuit het verleden naar de toekomst zou lijden.

Share
 
SEO by Artio